‘blown away by the wind’
Een modetentoonstelling in het Zuiderzeemuseum![]()
Weg varend met de boot zijn er bijna honderd figuren op de dijk zichtbaar. Ze staan in een rij naast elkaar en allemaal gekleed in het zwart. Door de hevige wind wappert hun zwarte kleding ons vaarwel. Het voelt aan als het vertrek van een reis die maandenlang gaat duren. Dit terwijl de vaart in werkelijkheid maar vijftien minuten duurt. Het is de boottocht van het Zuiderzeemuseum naar het station Enkhuizen.
In het Zuiderzeemuseum is van 22 maart tot 22 november 2009 de tentoonstelling ‘Gejaagd door de wind’ met als onderwerp de Nederlandse klederdracht.
Lees hieronder de gehele recensie van Carli van de Kerkhof.
In het Zuiderzeemuseum is van 22 maart tot 22 november 2009 de tentoonstelling ‘Gejaagd door de wind’ met als onderwerp de Nederlandse klederdracht. Hoewel het Zuiderzeemuseum in het bezit is van veel traditionele klederdracht, is er niet voor gekozen om het op een traditionele manier tentoon te stellen. Twee gastcuratoren, de modeontwerpers Alexander van Slobbe en Francisco van Benthum hebben ervoor gekozen om in de tentoonstelling traditionele klederdracht te combineren met hedendaagse ontwerpen geïnspireerd op traditionele klederdracht. Deze manier van tentoonstellen is nieuw voor het Zuiderzeemuseum. Tot voor kort heeft het museum uitsluitend het verleden van de Zuiderzee uit de periode 1880-1932 geconserveerd. Sinds 2006 zoekt het Zuiderzeemuseum de actualiteit. De oorspronkelijke cultuurhistorische blik is vervangen door een verfrissende benadering van verbanden tussen verleden en heden.
De tentoonstelling begint met een muurtekst. Het Nederlandse karakter van het thema Nederlandse klederdracht is terug te vinden in het kleurgebruik van de muurtekst. Op een witte achtergrond is er een Nederlandstalige tekst in rood en daaronder een Engelstalige tekst in blauw. Rood, wit en blauw. De kleuren van de Nederlandse vlag.
De tentoonstelling is verdeeld over vijftien zalen. Vijftien zalen is behoorlijk veel voor een tentoonstelling. De kans is dan groot dat de tentoonstelling al snel gaat vervelen. Dat is hier niet het geval. Iedere zaal heeft een eigen thema. De modeontwerpers Alexander van Slobbe en Francisco van Benthum hebben als gastcuratoren grote creativiteit getoond bij de uitwerking van die vijftien thema’s. Ieder thema wordt bijzonder origineel en vooral speels gebracht. Hierdoor doen de laatste zalen even ‘nieuw’ aan als de eerste zalen.
In de eerste zaal staan vijf witte paspoppen in oude traditionele Nederlandse vissersdracht. Het thema is de kraplap: een traditionele omslagdoek. De kraplap van stof is vervangen door een modern sierraad van metaal en kralen. De sieraden zijn ontworpen door sieradenontwerpster Dinie Besems. Het traditionele en het moderne complimenteren elkaar: de traditionele klederdracht wordt ‘verhipt’ en de hedendaagse ontwerpen tonen hun inspiratiebron. Het geheel spreekt nog meer door de ruimte waarin het is geplaatst. Schuin achter de vijf paspoppen is er een raamgleuf die zicht geeft over de wateroever met daarbij enkele vissersschepen. De traditionele klederdracht, de hedendaagse ontwerpen en het uitzicht vormen een kloppend geheel.
Zaal 5 heeft als thema ‘vouwen’. Plooien, stijven, rimpelen, vouwen en plisseren zijn veel gebruikte technieken bij het vervaardigen van kleding. Niet alleen bij traditionele Nederlandse klederdracht maar ook bij hedendaagse kledingstukken. De bekende Nederlandse ontwerpers Vikor en Rolf gebruiken deze techniek bij de jurken die in deze zaal te zien zijn. Deze jurken worden gecombineerd met traditionele kapjes en kragen. De traditionele en hedendaagse objecten complimenteren ook hier elkaar. En ook in deze zaal is de ruimte toepasselijk gemaakt. De platen waarop de objecten staan, zijn namelijk licht hellend tegen elkaar geplaatst. Hierdoor vormen deze platen tezamen een grote vouw.
Zaal 9 is een grote langgerekte zaal waar veel levensgrote oude schepen zijn ‘opgeslagen’. De zaal is erg mooi door de blauwe marmeren vloer die lijkt op woest zeewater. Op het eerste gezicht lijkt deze zaal niet bij de tentoonstelling te passen. Er zijn alleen schepen te zien en geen kledingstukken. Toch is dat niet zo. Midden in de grote ruimte zijn er namelijk op een van de schepen twee witte paspoppen met ontwerpen van Saskia van Drimmelen. De hedendaagse kledingstukken zijn geïnspireerd op het zeeleven. Er is vooral inspiratie gevonden in objecten die na een woeste zeestorm op het strand zijn aangespoeld. De jurken zijn samengesteld uit verschillende lappen stof die gerafeld en gescheurd zijn. Alsof ze zijn aangespoeld na een woeste zeestorm. Ondanks de rafels en scheuren zijn het wel luxe materialen met traditioneel kantklos-werk en macramé-werk. Ze zijn aan elkaar geknoopt tot eigentijdse jurken.
Tijdens het bezichtigen van de tentoonstelling is goed te zien dat er veel aandacht is besteed aan de nieuwe doelstelling van het museum: interactie van traditionele en het hedendaagse. Het resultaat is zowel speels als inzichtelijk. Het maakt de tentoonstelling een aanrader.
De tentoonstelling heeft ook een minpunt: de tekstbordjes. Dat de informatie op de tekstbordjes summier is geeft aan dat de curatoren de esthetische ervaring zwaarder laten wegen dan educatie. Voor die keuze is veel te zeggen maar dat is nog geen reden om een aantal tekstbordjes te vergeten en de tekstbordjes die er zijn zo te verslonzen. Sommige tekstbordjes staan scheef. Of ze zijn niet te lezen doordat er een grote houten pilaar voor staat, doordat het te donker is of doordat de afstand te groot is. Dit bevordert de esthetische ervaring niet.
De tentoonstelling houdt niet op bij het museum. Op weg naar het museumpark zijn er billboards te zien van hedendaagse Nederlandse fotografen die op deze billboards de traditionele Nederlandse klederdracht hebben geactualiseerd. En ook in het museumpark gaat de tentoonstelling verder. In de Wieringerkapel is een traditionele boerenbruiloft te zien. De hele kapel is voor de gelegenheid versierd. Zo zijn de anders zo sombere graftombes gevuld met stoffen rozenblaadjes. In de kapel valt het zicht meteen op een mannelijke en een vrouwelijke paspop die op het bruidsaltaar staan. De twee paspoppen dragen moderne bruidskledij gemaakt door de Nederlandse modeontwerper Jan Taminau. Een grappig detail is dat de kleding van de man is versierd door naar binnen lopende drukknoopjes en de kleding van vrouw door naar buiten lopende drukknoopjes. Man en vrouw ‘sluiten’ letterlijk op elkaar aan.
Varend op de veerboot naar het station kan men het laatste zien van de tentoonstelling: op de zeedijk staan bijna honderd zwarte paspoppen met zwarte kledingstukken gemaakt door Nederlandse modestudenten. De modestudenten hebben zich laten inspireren door traditionele schippersvrouwen die daar vroeger hun mannen uitzwaaiden of stonden op te wachten. Vier dagen hebben de modestudenten de tijd gekregen om van synthetisch zwart materiaal het kledingstuk te maken. Het materiaal is niet voor niets synthetisch. De kledingstukken moeten er namelijk goed uit blijven zien terwijl ze dag en nacht onbeschut op een zeedijk staan. Daar moeten ze fikse regen en wind trotseren. Sommige paspoppen zijn weggewaaid in een storm. Ze zijn teruggevonden op het land en soms in de zee. Behalve drie. Die zijn verdwenen in wat eens de Zuiderzee was: ‘blown away by the wind’.


