door Lorin Kamperman
Dreigmail, mijn inbox zit de laatste tijd nogal vol met angstaanjagende, zenuwslopende en zweetuitbarstende mails. De laatste kwam van Emma, voorzitter van de mediacommissie. Of ik gelieve snel een column wilde afleveren. Gelukkig was deze dreigmail van het kaliber: supervriendelijk en kon ik met een zweepje deo de zenuwen onderdrukken.
Tuurlijk wil ik een stukje schrijven voor mijn lieve medestudenten, ik heb het dan ook zelf aangeboden. Maar waarover? De ideeën zwommen door mijn hoofd maar er kwam niet echt een helder kant-en-klaar onderwerp naar boven drijven. Vorig jaar, toen ik aan het reizen was, kon ik mooi mijn belevenissen in de wilde jungle, de kurkdroge woestijn, op olifanten en naast haaien zo neerknallen op het toetsenbord.
Nu ben ik wel net naar Barcelona geweest en zou dat een mooie reden kunnen zijn voor een gezellig reisverslag. Maar met: mooi weer, een stappenteller die over zijn toeren ging, gepaard met zwaar beledigde voeten, veel tapas, cafes con leches, een vriendinnetje die Spaans spreekt alsof ze zo uit een reisgidsje is gerold, veel cocktails, barretjes die we niet meer terug konden vinden in het doolhof van El Borne, enorme clubs met dito uitsmijters, een ritme waar je u tegen zegt (om 11 uur `s avonds zaten we aan het voorgerecht en voor 3en was het echt not done om al in een club te staan), metrohekjes waar je makkelijk met z’n 2e doorheen kan mits je gelijktijdig met je linkervoet naar voren stapt, donkere steegjes met enge mannen die je van alles willen verkopen en dat al op klaarlichte dag, een sleutelkaart die op hol slaat, palmbomen die je vanaf de haven toewuiven, twee kleine meisjes die giechelend met open deur de enige twee wc’s in het restaurant bezet houden door de wc als schommel te beschouwen en het wc-papier als decoratiemateriaal, Gaudi’s meesterwerken om dood te fotograferen, de vieze broodjes waarbij een tomaat is uitgeknepen boven een droog oud brood dat op die manier klef wordt, veel te leuke jurkjes om je heen, één uurtje slaap voordat je het vliegtuig moet pakken, een vriendinnetje die door de last call heen slaapt, haar tasje verliest maar wel vrolijk blijft, twee facebookvrienden die we ooit in Thailand tijdens de fullmoonparty hebben ontmoet en die zich ontpoppen tot ware gidsen en ons de hotspots van Barcelona lieten zien, deze vrienden die Catalaans spreken en met mijn reismaatje Spaans en vergeten dat ik, ondanks al mijn briljantheid en intelligentie, niet zó snel een taal oppik, mijn woordenschat Spaans desondanks is verdubbeld, woorden als Vale vale, si si, uno vino blanco, por favor, no gracias je al heel ver komt mits je een leuke glimlach opzet en af en toe een handenballet uitvoert, met leuke schoenen en een jurkje thuiskomen, is niet zo heel spannend om te vertellen.
Sara, het vriendinnetje dat ik al vanaf haar beugel ken en die mij in enorme broeken met rood brilletje heeft zien opgroeien, heeft dan wel haar tasje verloren, maar voor de rest liep alles redelijk op rolletjes. Het enige wat me dwars zat, was een woord. Het woord waarmee je de inwoners van Barcelona aanduidt. Hoe heten die in godsnaam? Barceloneten? Barcelonaars? Barcelonaren? Barcelona’ers? Barceloot of Barcelotin?? Waar is Willem Wever als je hem nodig hebt? Bij deze wordt mijn eerste column een oproep zonder prijsvraag maar met een hele grote glimlach (en een grote OJAAAuitroep) als kadootje, dus als iemand het weet, let me know!